Afwijkende mondgewoontes

Foutieve orale gewoonten zoals duimzuigen, habitueel mondademen en infantiel slikken kunnen een foutieve tongligging in de hand houden of veroorzaken. Hierdoor wordt de articulatie vaak verstoord. Daarnaast kunnen ze ook kaak- en tandstandvergroeiingen in de hand werken.

Een orthodontische aanpassing heeft ten volle nut als de myofunctionele problemen ook opgelost worden. De nomenclatuur logopedie vermeldt hier: veelvuldige functionele stoornissen in het raam van een interceptieve orthodontische behandeling.

Slikstoornissen

Een slikstoornis (i.e., dysfagie) kan optreden op niveau van de orale fase, de faryngale fase of de oesofagale fase. Na hersenletsel (bijvoorbeeld door een beroerte, ongeval, tumor) of een aandoening van het zenuwstelsel (zoals MS, Parkinson, ALS) kan de aansturing van gebruikte spieren bij het slikken voor problemen zorgen. Door een operatie in het hoofd- en halsgebied treden soms beschadigingen op of zijn er belemmeringen waardoor het eten en drinken minder gemakkelijk gaat, soms in die mate dat het eten per os bedreigd wordt of dat er sprake is van een aspiratierisico.